Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen
[naam], uit [woonplaats], eiser
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
5 juli 2025 dertien Woo-verzoeken ingediend. Tegen negen Woo-besluiten werd bezwaar gemaakt en tweemaal werd door eiser beroep ingesteld tegen een besluit op bezwaar inzake de Woo. Daarnaast werden door eiser in de aangehaalde periode bij de minister negen inzageverzoeken op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en drie inzageverzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingediend. Tegen vier Wjsg-besluiten werd bezwaar gemaakt en éénmaal (hoger) beroep ingesteld. Er was sprake van zes beroepen niet tijdig beslissen inzake de Wjsg, waarbij driemaal verzet werd ingesteld en driemaal een verzoek voorlopige voorziening werd ingediend. Bij de AVG was sprake van één beroep niet tijdig beslissen, één verzet en één verzoek voorlopige voorziening.
Verder voert de minister aan dat eiser in de aangehaalde periode ook 32 Woo-verzoeken bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en diverse gemeenten heeft ingediend. De verzoeken bevatten vaak vage formuleringen en hebben een onduidelijke/onredelijke reikwijdte. Eiser dient daarnaast regelmatig klachten in, doet aangifte tegen ambtenaren en wraakt de rechtbank. Tot slot eist eiser vaak het recht op dwangsom op, ook bij premature ingebrekestellingen, en doet hij verzoeken om immateriële schadevergoeding. Gelet hierop concludeert de minister dat de frequentie en het aantal verzoeken niet is gebaseerd op een legitiem doel, maar wordt gebruikt om de organisatie onterecht te belasten en haar werkzaamheden te verstoren. Eiser heeft een ander motief dan het verkrijgen van informatie. Daarbij overweegt de minister dat hoewel niet binnen twee weken is besloten, dat wel is gedaan zo snel mogelijk nadat is gebleken dat eiser met het verzoek een kennelijk ander doel heeft gehad dan het verkrijgen van publieke informatie.
Beoordeling door de rechtbank
2 oktober 2025 onverwijld een besluit is genomen nadat een onderzoek was afgesloten waaruit zou blijken dat met het verzoek van eiser van 5 juli 2025 opnieuw sprake was van een oneigenlijk verzoek.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Woo-verzoek van eiser te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
reiskosten;
A.W. Landman, griffier.