Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek met producties,
- de akte uitlating producties van [eiser] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
jegens haartoekomt. De koopovereenkomst is niet gesloten tussen [eiser] en Onlineveilingmeester, maar tussen [eiser] en [bedrijfsnaam] , zoals dat ook is neergelegd in artikel 2.15 van de op de veiling toepasselijke Algemene Voorwaarden. Bovendien is volgens haar artikel 6:230o BW in dit geval niet van toepassing omdat de ring door [eiser] is gekocht op een openbare veiling in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub j BW. Daarop is het herroepingsrecht niet van toepassing (artikel 6:230p sub c BW).
Tiketa) heeft dit Hof geoordeeld dat het begrip ‘handelaar’ breed moet worden uitgelegd en dat als handelaar in de zin van artikel 2, punt 2, van richtlijn 2011/83 niet alleen moet worden begrepen de natuurlijke of rechtspersoon die handelt in het kader van zijn
eigenhandels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, maar
‘ook de natuurlijke of rechtspersoon die als tussenpersoon optreedt namens of voor rekening van die handelaar’. Het Hof voegt daar nog met zoveel woorden aan toe dat voor deze kwalificatie als handelaar
‘evenmin van belang[is]
of deze persoon de consument ervan in kennis heeft gesteld dat hij in die hoedanigheid handelde’. De kantonrechter verbindt hieraan de conclusie dat van de handelaarshoedanigheid van de tussenpersoon (in dit geval: Onlineveilingmeester) niet bij Algemene Voorwaarden kan worden afgeweken. Het gaat hier immers om dwingend recht dat ertoe strekt de consument te beschermen en - in dat verband - niet op te zadelen met allerlei perikelen die betrekking hebben op de vraag wie als zijn of haar wederpartij bij de overeenkomst heeft te gelden. Dit betekent dan ook dat moet worden geoordeeld dat [eiser] het herroepingsrecht in beginsel ook in zijn relatie met Onlineveilingmeester kon inroepen. Voor zover andersluidende Algemene Voorwaarden van toepassing zijn geweest, komen deze op dit punt voor vernietiging in aanmerking.
openbare veilinggedefinieerd als:
nietop de veiling aanwezig is geweest. Volgens Onlineveilingmeester is hem echter wèl de mogelijkheid daartoe geboden, zodat daarom al met al is voldaan aan de begripsomschrijving in het voornoemde artikel. Er is sprake geweest van een zogenaamde hybride veiling, waarbij zowel online als fysiek kan worden geboden. Zij verwijst daartoe meer in het bijzonder naar de door haar als productie 13 bij de conclusie van antwoord overgelegde
‘Bijzondere veilingvoorwaarden/Online veilingvoorwaarden: VERSIE 1.4 bezorgveiling’. Hierin valt - voor zover van belang - te lezen:
nomen est omen- er met name toe strekt om online veilingen te organiseren waarbij fysieke aanwezigheid bijzaak en ook uitzondering is. Dat weliswaar een mogelijkheid wordt geboden om de bieding ook fysiek te doen plaatsvinden maakt, mede gelet op alle bijzondere omstandigheden die zich in deze zaak voordoen, niet dat daarom sprake is geweest van een openbare veiling in de zin van artikel 6:230g lid 1 sub j BW. Zo valt op dat de aanmelding van fysieke aanwezigheid
uiterlijk 3 dagenvoor de veiling moet worden gedaan. Dit brengt mee dat degenen die daartoe niet tijdig zijn overgegaan of niet hebben kunnen overgaan (bijvoorbeeld omdat ze pas kort voor het evenement van de veiling kennis nemen) slechts nog online kunnen meebieden, waartoe zij dan kennelijk wel in de gelegenheid worden gesteld: voor deze groep(en) bieders is er dus feitelijk uitsluitend (nog) sprake van een online-veiling. Dat er ook zonder aanmeldingen vooraf
tegelijkonline en in de fysieke omgeving een veiling plaatsvindt, is daarbij gesteld noch gebleken en lijkt ook niet aannemelijk. Dit is echter wel het uitgangspunt van de wetgever (Kamerstukken TK 33520, nr. 3). Bovendien kon de ring zelf - wanneer de kantonrechter het goed begrijpt - enkel fysiek worden beoordeeld op de aan de veiling zelf voorafgaande kijkdagen te Amstelveen (productie 22 bij conclusie van dupliek waarin dit als ‘
het kijkmoment’ wordt gepresenteerd), terwijl de fysieke aanwezigheid van de consument juist weer zou moeten plaatsvinden op het kantoor van Onlineveilingmeester te Groningen. Gelet op al deze beperkingen en het hoge beschermingsniveau dat de Richtlijn consumenten wil bieden, is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] zich in dit geval met recht kan beroepen op zijn herroepingsrecht. Zijn daarop ziende vorderingen komen daarom voor toewijzing in aanmerking. De vraag of de ring al dan niet non-conform was behoeft daarom geen beantwoording.