Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[naam 1 uit plaats]
het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland
Samenvatting
Procesverloop
Het bestreden besluit
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
12.1. Na verzending van het afschrift van de uitspraak heeft mr. D.J. Meijer gewezen op het verzoek om een proceskostenvergoeding voor bezwaar toe te kennen, zoals gedaan in het verzoekschrift. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek ingewilligd. Dat betekent dat overweging 12 zo moet worden begrepen dat het college wordt veroordeeld in de proceskosten van de door mr. D.J. Meijer beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de bezwaar- en beroepsfase tot een bedrag van € 2.534,- (1 punt voor het bezwaarschrift, 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting. De waarde per punt is € 666,- in bezwaar en € 934,- in beroep, met een wegingsfactor 1).
- heft de voorlopige voorziening die is getroffen bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 november 2025 ambtshalve op;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit op bezwaar van 16 oktober 2025 (Z.HHL.093137);
- vernietigt het besluit op bezwaar van 30 oktober 2025 (Z.HHL.093137);
- herroept het primaire besluit van 5 juni 2025 (Z2024-00003060);
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten op bezwaar;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,– aan [naam 1] moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van