Eiseres diende op 2 juli 2023 een Woo-verzoek in bij verweerder over onjuistheden in software voor digitale belastingaangifte. Verweerder wees het verzoek op 1 november 2023 toe, maar verklaarde het bezwaar van eiseres tegen dit besluit op 1 februari 2024 ongegrond, stellende dat alle informatie was verstrekt en dat het bezwaar het Woo-verzoek niet mocht uitbreiden.
De rechtbank oordeelt dat eiseres het Woo-verzoek niet heeft uitgebreid, maar slechts ontbrekende stukken onder de reikwijdte van het oorspronkelijke verzoek heeft aangegeven. Verweerder erkende later dat deze stukken wel onder het verzoek vielen en beloofde een nieuw besluit op bezwaar te nemen, maar stelde deze steeds uit en verscheen niet op een comparitiezitting.
De rechtbank constateert dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en de hoorplicht. De redelijke termijn van behandeling is met ongeveer een halfjaar overschreden, waarvoor eiseres een schadevergoeding van € 500,- wordt toegekend. De rechtbank vernietigt het besluit, beveelt een nieuw besluit binnen vier weken en legt een dwangsom op bij overschrijding.