Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 7 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de Minister van Justitie en Veiligheid(de Minster).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur, waarbij zij stelde dat de schade aan de auto hoger was dan door de inspecteur erkend en dat de waardedrukkende factor van het ontbreken van een RDW-oordeel over de kilometerstand onvoldoende was meegenomen.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. De door eiseres aangevoerde schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd en de foto's bij het DRZ-rapport tonen geen meer dan normale gebruiksschade. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat het ontbreken van een RDW-oordeel over de kilometerstand tot een waardevermindering moet leiden.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar is overschreden, wat leidt tot een immateriële schadevergoeding van € 500. Deze wordt verdeeld tussen de inspecteur en de Minister. De rechtbank kent ook een proceskostenvergoeding toe aan eiseres, waarbij de gemachtigde als 'bijzonder geval' wordt aangemerkt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag blijft in stand, en eiseres krijgt geen griffierecht terug. De inspecteur en Minister worden veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en immateriële schadevergoeding wordt toegekend wegens termijnoverschrijding.