Eiser diende een aanvraag in voor schadevergoeding van mijnbouwschade aan zijn woning, waarbij het Instituut Mijnbouwschade Groningen een gedeeltelijke vergoeding toekende en enkele schades afwees wegens autonome oorzaken. Na diverse deskundigenadviezen en een regiezitting oordeelt de rechtbank dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen doordat het Instituut niet heeft gewacht op een reactie van eiser op een herziene deskundigenrapportage.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het de verzakking van de keukenvloer betreft (schade 13), omdat het Instituut ten onrechte het bewijsvermoeden heeft weerlegd. De deskundigenrapporten en aanvullende adviezen tonen aan dat de verzakking niet kan worden toegeschreven aan autonome oorzaken, zoals het Instituut stelde. Voor de overige schades blijft het besluit in stand.
Verder wijst de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat geen toerekenbare toezegging van het Instituut is gedaan die afwijkt van de wettelijke beoordeling. Ook oordeelt de rechtbank dat het calculatiemodel voor herstelkosten juist is toegepast en dat aanvullende vergoedingen voor immateriële schade en overlast niet in dit besluit zijn begrepen.
De rechtbank beveelt het Instituut een nieuw besluit te nemen over schade 13 en veroordeelt het Instituut tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.