Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND RECTIFICATIE (P.15)
, [naam eiser 2](eiser 2)
, [naam eiser 3](eiser 3)
, [naam eiser 4](eiser 4)
, [naam eiser 5](eiser 5) en
[naam eiser 6] h.o.d.n. Blokker(eiser 6)
uit [plaatsnaam] , gezamenlijk aangeduid als eisers
- artikel 11.2.1 lid B: de toegestane maximale goothoogte is 7 meter. Het bouwplan heeft goothoogten van 10,4 meter en 7,5 meter.
- artikel 11.2.1 lid C: de toegestane maximale bouwhoogte is 12 meter. Het bouwplan heeft incidenteel een bouwhoogte van 12,5 meter.
Eiser 5 woont aan de [straatnaam] 86. Zijn woning ligt op ongeveer 65 meter van het bouwplan en tussen zijn woning en het bouwplan liggen meerdere panden. Op de zitting is door de gemachtigde van eisers gesteld dat eiser 5 enig zicht heeft op het bouwplan vanwege de bocht in de weg en het feit dat de voorgevelrooilijn van de woning van eiser 5 dichter bij de weg ligt dan de panden aan de [straatnaam] 84 en 82. De panden aan de [straatnaam] 84 en 82 liggen wat naar achteren. Door het college is dit niet gemotiveerd betwist. Daarom neemt de rechtbank aan dat eiser 5 belanghebbende is bij de verleende omgevingsvergunning.
Het college maakt geen gebruik van een welstandscommissie maar heeft op de zitting toegelicht dat het uiterlijk van bouwplannen aan de welstandscriteria uit de Welstandsnota van de gemeente Tytsjerksteradiel wordt getoetst door daartoe deskundige medewerkers; een stedenbouwkundige en een bouwkundig ingenieur.
In artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor wordt onder bijbehorend bouwwerk verstaan: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
40-45 parkeerplaatsen zijn. Het ontbreken van voldoende parkeervoorzieningen is volgens eisers in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Individuele gronden 26/1670 en 26/1672
Artikel 8, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) luidt: “
Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie”. Artikel 8, tweede lid, van het EVRM luidt: “
Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.” Voor een geslaagd beroep op artikel 8 van Pro het EVRM moet sprake zijn van een situatie waarin eisers direct worden geraakt in hun privéleven. Ook moeten de negatieve effecten voldoende ernstig zijn. Daarbij wordt gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval, zoals de intensiteit en duur van de overlast, de effecten op de fysieke en psychische gezondheid, en de aard van de omgeving.
Individuele gronden 26/1673
€ 23,10.
alle individuele eisersde eisers zijnde natuurlijke personen en € 385,- aan de eisers zijnde rechtspersonen(totaal
€ 1.164,-€ 1737,-)moet vergoeden;
mr.S. G. Steenbergen, griffier.