ECLI:NL:RBNNE:2025:5658
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vaststelling en terugvordering huurtoeslag over 2020-2023 wegens te hoog vermogen
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft vier afzonderlijke besluiten van Dienst Toeslagen over de definitieve vaststelling van huurtoeslag en de terugvordering daarvan voor de jaren 2020 tot en met 2023. Eiser betwistte de vaststelling en voerde aan dat zijn vermogen na aftrek van terugvorderingen onder de drempel zou uitkomen, waardoor matiging van de terugvordering gerechtvaardigd zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat Dienst Toeslagen terecht is uitgegaan van de inkomensgegevens zoals opgenomen in de Basisregistratie Inkomen (BRI) en dat het vermogen van eiser in de betreffende jaren boven de wettelijke grenzen lag. Voor 2020 is het voordeel uit sparen en beleggen vastgesteld op € 2.610, en voor de jaren 2021 tot en met 2023 lag de rendementsgrondslag telkens boven de wettelijke vermogensgrenzen.
Eiser voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, stellende dat hij mocht vertrouwen op de juiste toekenning van toeslagen. De rechtbank wijst dit af, omdat voorschotten herzien kunnen worden en Dienst Toeslagen pas in 2024 over de juiste vermogensgegevens beschikte. Ook zijn geen bijzondere omstandigheden aangetoond die matiging van de terugvordering rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de terugvorderingen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de terugvordering van de huurtoeslag wegens te hoog vermogen.