Op 23 september 2025 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak waarin betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M. Lagas van Appjection B.V., in beroep ging tegen een boete die was opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De boete van € 429,00 was opgelegd omdat betrokkene geen verzekering had afgesloten voor zijn snorfiets, die op 25 juli 2023 was vastgesteld door de RDW in Veendam. Betrokkene heeft tegen de beslissing van de officier van justitie beroep ingesteld, maar deze werd ongegrond verklaard. Tijdens de zitting heeft betrokkene verklaard dat het voertuig niet op de openbare weg is geweest en dat hij het voertuig niet meer in zijn bezit had omdat zijn vader het naar de stort had gebracht. De kantonrechter heeft de argumenten van betrokkene in overweging genomen en geoordeeld dat er aanleiding is om de boete te matigen. De kantonrechter heeft de boete met 25% verlaagd tot € 324,00, maar heeft ook vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden. Hierdoor is de boete nogmaals gematigd tot € 245,25. De officier van justitie is veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, die zijn vastgesteld op € 113,38. De uitspraak is gedaan in het kader van bestuursrecht en betreft de verantwoordelijkheden van de kentekenhouder met betrekking tot de verzekering van voertuigen.