4.9.[eisers] stelt dat [pad] al meer dan 30 achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest. [pad] wordt volgens hem ‘sinds mensenheugenis’ door een ieder gebruikt, in ieder geval tot 2000. Ter onderbouwing van die stelling wijst [eisers] op meerdere schriftelijke verklaringen van omwonenden. In een aantal van die verklaringen is onder meer te lezen:
-
[omwonende 1] :
‘Dagelijks maak ik een wandeling van 5km en kom ik ook over het prachtig landelijk gelegen “ [pad] ”
[…]
Bovendien is dit pad altijd al in gebruik geweest.
60 jaar geleden was dit pad de route van mijn vrouw naar school.’
-
[omwonende 2] :
‘Graag zouden wij zien dat dit pad “ [pad] ”, dat al sinds mensenheugenis bestaat, blijft bestaan voor fietsers en voetgangers.
[…]
Wij hebben het altijd gebruikt om naar school te gaan.’
-
[omwonende 3] :
‘Ik was een jongen van 8 jaar liep ik al op het hogedykje om van de [straatnaam 4] naar [straatnaam horende bij perceel 1] te Lopen en ik ben nu 70 jaar en loop nog steeds het rondje.
Er word veel gebruik van door wandelaars die even een blokje om willen lopen, ook toeristen makten er gebruik van als je daar loopt ben je 1 met de natuur.’
-
[omwonende 4] :
‘Zowel wij, als onze dochter, als de vorige bewoners die wij goed kennen, hebben [pad] de afgelopen 36 jaar altijd als een belangrijk element van onze omgeving ervaren, en ook altijd als een stukje dierbare "openbare" weg. Onze dochter heeft daar met de dochter van de buren veel gespeeld, en we herinneren ons nog goed hoe zij bootjes maakten voor het overtollige water daar in de winter. Het was ook voor ons en ook de voormalige bewoners een essentiële verbinding met het dorp, belangrijk, met name voor kinderen, omdat onze woonplek enigszins geïsoleerd ligt. Het was ook de dagelijkse heen en terugweg naar de dorpsschool. Tot slot functioneerde het diekje in tijden van bijv, sneeuwval als een uitweg omdat het [straatnaam horende bij perceel 1] soms voor auto's onbegaanbaar is door flinke sneeuwval. Wij parkeerden dan de auto op de parkeerplek langs de [straatnaam 3] (zo'n plek is er niet waar het [straatnaam horende bij perceel 1] uitkomt op de [straatnaam 5] ) en konden dan via een korte wandeling over [pad] de auto makkelijk bereiken.’
-
[omwonende 5]
‘Ik ben samen met mijn ouders in 1960 aan het [adres] komen wonen. In die tijd hadden weg een auto en ging alles met de fiets. Om het huis te bekijken gingen mijn ouders over [pad] . Ook ging mijn moeder er overheen om boodschappen te doen in [woonplaats ] . Samen gingen we koffie drinken aan het [straatnaam horende bij perceel 2] over [pad] ik op de fiets en mijn moeder achter de kinderwagen met mijn broertje erin. Zo breed was [pad] toen wel. Ik ging in [woonplaats ] naar de lagere school aan de Hogetilweg. Dus was [pad] mijn vaste pad om naar school te fietsen zomers en te lopen ’s winters. [pad] is door de jaren heen heel intensief gebruikt. Door alle kinderen aan het [straatnaam horende bij perceel 1] en de [straatnaam 5] . Ook door mijn broer en zussen die na mijn zijn geboren. Het was ook voor hen de veiligste en kortste weg naar school. [pad] werd dus iedere dag gebruikt.
[…]
Ik kreeg in 1972 een vriendje uit [plaats 2] . Ook deze jongen ging op de fiets over [pad] om bij ons te komen. In 1975 ben ik getrouwd en ergens anders gaan wonen, maar 1988 hebben wij het huis aan het [straatnaam horende bij perceel 2] gekocht. Hier woon ik nog steeds als mijn kinderen en wij naar oma en opa gingen was dat over [pad] .
[…]
Mijn vader en zusjes zetten ook hun handtekening onder het verhaal, omdat zij ook weten dat het waar is.’
-
[omwonende 6]
‘Als kind uit [plaats] struinden we vaak in de omgeving van ons dorp vooral de onverharde paden waren onze favoriete speelplekken. Aan het " [pad] " heb ik heel wat avonturen beleefd. Het openbare paadje was de verbinding tussen het [straatnaam horende bij perceel 1] en de [straatnaam horende bij perceel 2] er woonde niemand dus je kon er ongestoord bomen klimmen en huisjes bouwen in de slootwal. Het smalle wandelpaadje een halve meter hoger dan de landerijen had altijd iets magisch, je kreeg er altijd het gevoel terug te zijn in het verleden.
Toen ik volwassen was kocht ik een huis aan het [straatnaam horende bij perceel 1] en mijn vast route op fiets naar het
voetbalveld of naar de kroeg in het dorp ging over het " [pad] ". Ook al was het pad door de regen of de sneeuw soms moeilijk begaanbaar toch koos je voor deze route al was het alleen om even het melancholische gevoel van vroeger te krijgen.
Veel wandelingen met mijn kinderen, bezoek of familie leidden steevast naar het " [pad] " om dan via de [straatnaam horende bij perceel 2] en het [pad 2] een heel mooi ommetjes door het landschap te maken. De gang over [pad] was dan de aanleiding voor verhalen over vroeger en het uitspeken van mijn trots voor één van de mooiste plekjes in de omgeving van mijn woning.’