Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen, de heffingsambtenaar
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- Woning 1 en woning 2 zijn identiek. Uit de matrices die de heffingsambtenaar heeft overgelegd volgt ook dat ze volledig vergelijkbaar zijn. Voor woning 1 wordt door de heffingsambtenaar echter met een prijs per m2 gebruiksoppervlakte van € 1.359 gerekend terwijl voor woning 2 wordt gerekend met € 1.334 per m2. Omdat het identieke woningen zijn moet voor woning 1 ook gerekend worden met € 1.334 per m2. De waarde van woning 1 moet daarom nog met € 2.000 verminderd worden.
- Woning 2 heeft een aanbouw van 6 m2. Die aanbouw is blijkens de door de heffingsambtenaar overgelegde matrix gewaardeerde voor € 1.500 per m2. Er is geen reden om voor de aanbouw een hoger bedrag per m2 gebruiksoppervlakte te rekenen dan voor de rest van de woning. Gebruikelijk wordt aangebouwde woonruimte juist lager gewaardeerd. De waarde van woning 2 moet daarom met € 3.000 verminderd worden.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover die ziet op de bezwaarkostenvergoeding toegekend ter zake van woning 1;
- stelt de bezwaarkostenvergoeding vast op € 947,66;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 907 aan proceskosten voor de beroepsfase aan eiser.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover die ziet op woning 2;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van woning 2 tot een bedrag van € 121.000;
- stelt de bezwaarkostenvergoeding vast op € 947,66;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 951,14 (= € 907 + € 44,14) aan proceskosten voor de beroepsfase aan eiser.