ECLI:NL:RBNNE:2024:755
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wegens draagkrachtberekening met studiefinanciering
Eiser, een voltijd mbo-student die onder bewind staat, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van bewindvoering en bankkosten. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat eiser voldoende draagkracht zou hebben, berekend op basis van een forfaitair bedrag aan studiefinanciering, inclusief het deel dat uit een rentedragende lening bestaat.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat de draagkracht te hoog was vastgesteld omdat niet het daadwerkelijke, lagere inkomen maar het maximale leenbedrag werd meegerekend, wat volgens hem onrechtvaardig is. De rechtbank oordeelde dat artikel 33, tweede lid, van de Participatiewet dwingend voorschrijft welk bedrag aan studiefinanciering als inkomen wordt meegenomen, ongeacht dat een deel een lening betreft.
De rechtbank vond dat het dagelijks bestuur binnen haar beoordelingsruimte heeft gehandeld en dat eiser redelijkerwijs over het forfaitaire bedrag kan beschikken. De situatie van eiser verschilt wezenlijk van een eerdere uitspraak waarin een kwetsbare belanghebbende onder curatele verkeerde. Er waren geen onevenredige gevolgen voor eiser vastgesteld.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand blijft in stand.