ECLI:NL:RBNNE:2024:3444
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tegemoetkoming rijnvarenden wegens niet-rijnoeverstaat werkgever
Eiser diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling tijdelijke tegemoetkoming rijnvarenden (Rttr) voor de periode 1 juli 2012 tot en met 31 december 2012. De aanvraag werd afgewezen omdat zijn werkgever in Cyprus was gevestigd, wat geen rijnoeverstaat is zoals bedoeld in de Regeling.
Eiser voerde aan dat de afwijzing in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, en dat de minister had moeten afwijken van de Regeling of deze exceptief toetsen. Ook stelde hij dat de doelgroepbegrenzing in strijd was met EU-verordening 883/2004. De minister verweerde zich met het standpunt dat de Regeling een algemeen verbindend voorschrift is en geen beleidsregel, waardoor artikel 4:84 Awb Pro niet van toepassing is, en dat de minister geen discretionaire bevoegdheid heeft om af te wijken.
De rechtbank oordeelde dat de Regeling een algemeen verbindend voorschrift is en dat de minister bij de totstandkoming veel beslissingsruimte had. De Regeling is tijdelijk, eenzijdig en onverplicht en bedoeld als tussenoplossing voor een specifieke groep rijnvarenden. De rechtbank zag geen ernstige gebreken in de Regeling die een exceptieve toetsing rechtvaardigen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen of uitlatingen van de minister waren gedaan die een tegemoetkoming aan derde landen zoals Cyprus rechtvaardigen. Ook de stelling dat de Regeling in strijd is met EU-verordening 883/2004 werd verworpen omdat de Regeling niet onder de werkingssfeer van deze verordening valt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiser geen tegemoetkoming ontvangt en ook geen griffierecht of proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor tegemoetkoming wordt definitief afgewezen.