ECLI:NL:RBNNE:2022:147
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Sociale Verzekeringsbank om zorgpremie uitkering over te maken aan zorgverzekeraar
Eiser verzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om de premie van zijn zorgverzekering in te houden op zijn AIO- en AOW-uitkeringen en deze premie door te betalen aan zijn zorgverzekeraar. De Svb weigerde dit verzoek en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond. Eiser stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening, welke werd afgewezen.
Tijdens de procedure wijzigde de Svb haar standpunt en stelde dat de weigering geen Awb-besluit was, maar dit werd door de rechtbank verworpen. De rechtbank oordeelde dat de weigering wel een besluit in de zin van de Awb is, omdat het een bevrijdende betaling betreft.
De rechtbank beoordeelde het oorspronkelijke besluit van 24 januari 2020 en vond het beleid van de Svb redelijk, mede omdat alleen volledige bedragen kunnen worden overgemaakt en deelbetalingen alleen bij beslaglegging plaatsvinden. Eiser bracht geen overtuigende argumenten aan om het beleid onredelijk te achten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Sociale Verzekeringsbank om de zorgpremie uitkering over te maken aan de zorgverzekeraar is ongegrond verklaard.