ECLI:NL:RBNNE:2021:4508
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet-melding contante gelden en kasstortingen
Eiser ontving van maart 2019 tot januari 2020 een bijstandsuitkering. Verweerder startte een rechtmatigheidsonderzoek naar aanleiding van onverklaarbare kasstortingen en bijschrijvingen op de bankrekeningen van eiser en zijn partner. Verweerder concludeerde dat eiser niet had gemeld dat hij beschikte over contante gelden, wat een schending van de inlichtingenplicht opleverde. Hierdoor werd de bijstand herzien en een bedrag van €5.043,21 teruggevorderd.
Eiser stelde dat de contante gelden afkomstig waren van geldleningen van familieleden, die vanwege culturele redenen niet schriftelijk werden vastgelegd. Hij voerde aan dat hij zich niet bewust was van de meldingsplicht voor deze leningen en dat de leningen noodzakelijk waren vanwege financiële druk. Verweerder betwistte het bestaan en de terugbetalingsverplichting van de leningen, omdat de overeenkomsten achteraf waren opgesteld en geen bewijs van daadwerkelijke terbeschikkingstelling of aflossing was geleverd.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende was geïnformeerd over zijn inlichtingenplicht en dat culturele gebruiken hem hier niet van ontsloegen. Kasstortingen werden als inkomen aangemerkt, ook als zij voortkwamen uit geldleningen, omdat deze niet als vermogen werden beschouwd en vaak vrijblijvend zijn. De geldleningen konden niet worden aangetoond. De terugvordering was daarom terecht. Eiser kon geen dringende redenen aantonen om van terugvordering af te zien, ondanks zijn financiële situatie en boete.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van €5.043,21 wegens schending van de inlichtingenplicht.