ECLI:NL:RBNNE:2021:3054
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens hennephandel
Op 7 mei 2021 werd in een woning te Emmen ruim 2,3 kilogram hennep en 20 gram hasj aangetroffen, bestemd voor levering aan coffeeshops. De burgemeester legde op 25 juni 2021 een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning voor drie maanden vanaf 8 juli 2021. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 14 juli 2021. Verweerder had het besluit zorgvuldig voorbereid, de zienswijze van verzoeker afgewacht en getracht telefonisch contact te zoeken. De burgemeester was bevoegd op grond van artikel 13b Opiumwet tot sluiting van woningen waar handelshoeveelheden drugs worden aangetroffen.
Verzoeker voerde aan dat er geen sprake was van handel via derden, dat er geen harddrugs of wapens waren en dat de sluiting onevenredig was gezien zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder schuldsanering, zorg voor dieren en een naderende medische afspraak. De voorzieningenrechter oordeelde dat de woning een schakel was in drugshandel en dat het belang van openbare orde zwaarder woog dan de persoonlijke belangen van verzoeker.
De voorlopige voorziening werd afgewezen, met als tegemoetkoming dat de sluiting pas twee weken na de uitspraak ingaat, zodat verzoeker tijd heeft om alternatieve woonruimte te vinden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wegens hennephandel wordt afgewezen.