Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“2. Tenlastelegging
4. hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 april 2010 tot en met 8 maart 2011 te [plaats] en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad van een
en/of
Kort gezegd komt het erop neer dat de verdachte een eenmanszaak ( [eenmanszaak] ) had in voornamelijk vrachtwagenonderdelen. Dat bedrijf was financieel gezond en zodoende bestond er geen financieel motief voor de verdachte zich redelijk ondoordacht in de handel in een voor hem branchevreemd product te storten, Hij heeft dit gedaan op initiatief van [stiefzoon] die eerder in telefoons heeft gehandeld. Deze had rond 2006 schulden en de verdachte en zijn vrouw hebben hem toen veel geld geleend. In 2010 stelde [stiefzoon] voor om samen in telefoons te gaan handelen vanuit [eenmanszaak] . Met de inkomsten uit
[eiser] heeft aangegeven dat hij naar Zwitserland is gegaan om de afnemer te controleren. Ook hier heeft hij niets vreemds aangetroffen. [eiser] controleerde ook de BTW nummers van de afnemers en hier kwam niets vreemds aan de orde (zie brief Belastingdienst inzake verificatie BTW nummer [B BVBA] , bijlage 2). In zijn administratie bewaarde [eiser] uitdraaien van VIES, waarop gecheckt werd of het BTW nummer bestond en klopte.
alleshebben gedaan wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt om te voorkomen dat hij met de levering onderdeel wordt van een fraudeketen.
allesheeft gedaan wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden lag om te voorkomen dat hij met zijn eenmanszaak onderdeel zou worden van een fraudeketen. Dat komt erop neer dat er bij eiser sprake moet zijn van afwezigheid van alle schuld. De kern van het probleem dat de rechtbank ziet, is dat eiser hier toch
ietste verwijten valt, waardoor er geen sprake is van afwezigheid van
alleschuld. Als je iemand zijn gang laat gaan met jouw bedrijf, ben je daarvoor uiteindelijk wel verantwoordelijk. De hamvraag is eigenlijk: waarom zou je dat doen, helemaal als je weet dat diegene eerder als eens is aangehouden in verband met dezelfde soort handel? [stiefzoon] had toch ook zijn eigen bedrijf (op zijn
eigennaam) kunnen beginnen, waarna eiser de administratie voor hem had kunnen doen?
allesheeft gedaan wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden lag om te voorkomen dat zijn eenmanszaak gebruikt werd als vehikel voor fraude. Naar het oordeel van de rechtbank had eiser, gelet op de voorgeschiedenis van [stiefzoon] en de ten opzichte van eisers eigen omzet forse bedragen die gepaard gingen met de handel in Appleproducten, meer onderzoek moeten doen en meer voorzichtigheid moeten betrachten. Daarbij wijst de rechtbank erop dat er enkele inconsistenties zaten in de documentatie van de leveringen, zoals vreemde chronologische volgordes, en dat eiser dit, omdat hij de administratie deed, had moeten opmerken. De slotsom is dat eiser [stiefzoon] heeft willen vertrouwen, maar daar nu fiscaal-juridisch de wrange vruchten van plukt.
wistof
had moeten wetenvan de fraude, maar alleen dat eiser niet
allesheeft gedaan wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden lag om te voorkomen dat hij bij fraude betrokken zou raken. De vraag of eiser wist of had moeten weten dat hij onderdeel was van fraude, is naar het oordeel van de rechtbank van een andere orde en gaat wat subjectieve verwijtbaarheid betreft verder. Die vraag komt pas aan de orde bij het subsidiaire standpunt van verweerder, maar aan de behandeling van dat standpunt komt de rechtbank niet toe omdat het primaire standpunt van verweerder slaagt.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 2.000;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.081,54.