Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van 22 januari 2020
[eiser] ,
[gedaagde] ,
Het procesverloop
De vaststaande feiten
Het geschil in conventie en reconventie
De beoordeling in conventie en in reconventie
€ 380.000,--.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen, een samenwonend stel, hebben samen een woning gekocht en zijn ieder voor de helft eigenaar geworden. Na beëindiging van hun relatie is onenigheid ontstaan over de verdeling van de woning en verdere vermogensrechtelijke afwikkeling. De man vordert betaling van onttrokken spaargeld en overname of verkoop van de woning met verdeling van de overwaarde.
De vrouw stelt dat er een stilzwijgende overeenkomst is gesloten die een allesomvattende gemeenschap van goederen tussen hen tot stand bracht, of anders een natuurlijke verbintenis die verrekening rechtvaardigt. De rechtbank stelt vast dat het Nederlandse recht geen wettelijke regeling kent voor vermogensrechtelijke gevolgen van samenwoning, en dat een stilzwijgende gemeenschap van goederen niet zonder meer kan worden aangenomen.
De rechtbank oordeelt dat de gemeenschap die is ontstaan de woning omvat, maar dat partijen geen allesomvattende gemeenschap van goederen zijn overeengekomen. De vrouw moet het onttrokken bedrag van €312.500 terugbetalen. De woning kan door de vrouw worden overgenomen binnen drie maanden, anders volgt verkoop met verdeling van de overwaarde. Vergoedingsrechten voor woonlasten worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vrouw wordt veroordeeld tot terugbetaling van €312.500 en woning wordt verdeeld met mogelijkheid tot overname binnen drie maanden.