Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
De (stilzwijgende) afspraken tussen partijen geven de doorslag bij de beantwoording van de vraag wie gerechtigd is tot het saldo, op grond waarvan het hof tot het oordeel komt dat partijen (stilzwijgend) zijn overeengekomen om het saldo van hun rekening gemeenschappelijk te laten zijn, met uitzondering van het navolgende. (rov. 5.15)
Het hof constateert dat wanneer de man niet wordt gecompenseerd voor het feit dat hij wordt gekort op zijn AOW-uitkering – wegens zijn werkzame jaren in het buitenland – terwijl de vrouw volledig aanspraak kan maken op een AOW-uitkering, de vrouw uiteindelijk in een betere financiële positie komt te verkeren dan de man. Dit sluit niet aan bij de (stilzwijgende) afspraak van partijen dat zij al hun financiële middelen gemeenschappelijk wilden laten zijn. Het hof zal daarom, aansluitend bij de door de man overgelegde berekening, bepalen dat van het spaarsaldo een bedrag van € 106.327,-- toekomt aan de man, en dat ter zake van het restant van € 518.673,-- ieder van partijen gerechtigd is tot de helft, te weten een bedrag van € 259.336,50. (rov. 5.16)
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 februari 2023.