Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
“Bijlage 7
Bijlage 6 en 7
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres en haar dochter zijn erfgenamen van een overleden aandeelhouder van een BV die een kamerverhuurbedrijf exploiteerde. Eiseres vordert toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOR) op de aandelen, welke door verweerder is afgewezen. Ook is een geschil over de hoogte van de vennootschapsbelastinglatentie en het beroep op interne compensatie.
De rechtbank stelt vast dat de BV op het moment van overlijden geen onderneming dreef, omdat de activiteiten niet meer waren dan normaal vermogensbeheer, ondanks het beheer van meerdere panden en huurders. Hierdoor is geen recht op de BOR-vrijstelling.
Verder oordeelt de rechtbank dat de belastinglatentie van 6,25% terecht wordt gehanteerd en dat het beroep op interne compensatie slaagt, waardoor de aanslag in stand blijft. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn wordt een immateriële schadevergoeding van € 1.000 verdeeld over eiseres en haar dochter toegekend. Daarnaast worden proceskosten en griffierecht deels aan verweerder en de Minister opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag erfbelasting blijft ongewijzigd, met toekenning van immateriële schadevergoeding en proceskosten aan eiseres.