Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
- C.V. Scheepvaartonderneming [A]
- C.V. Scheepvaartonderneming [B]
- C.V. Scheepvaartonderneming [C]
- CV. Scheepvaartonderneming [X]
C.V. Scheepvaartonderneming [A]
C.V. Scheepvaartonderneming [B]
C.V. Scheepvaartonderneming [C]
CV. Scheepvaartonderneming [X]
In een geval als het onderhavige, waarin een belastingplichtige een schip (mede)exploiteert door middel van een voor de vennootschapsbelasting transparante commanditaire vennootschap, is voor de heffing van de vennootschapsbelasting de onderneming van de belastingplichtige niet beperkt tot zijn aandeel in de activa, de passiva en de activiteiten van de commanditaire vennootschap. De hiervoor in 3.3.1 voor toepassing van het tonnageregime vermelde eis dat de met de exploitatie van het schip samenhangende werkzaamheden in eigen beheer door de belastingplichtige zelf worden verricht, brengt in een geval als dit daarom niet mee dat de vergoeding voor de desbetreffende werkzaamheden door de belastingplichtige dient te zijn genoten in zijn hoedanigheid van commanditair vennoot.”
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag Vpb 2009 tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 20.445;
- vermindert de aanslag Vpb 2010 tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 11.313;
- vermindert de aanslag Vpb 2011 tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 11.952;
- vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de zaak met nummer 16/1687 tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 2.049;
- veroordeelt de Minister in de zaak met nummer 16/1687 tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 1.451;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van in totaal € 1.002 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in de zaak 16/1687 tot een bedrag van € 427;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in de zaak 16/1688 tot een bedrag van € 427;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in de zaak 16/1689 tot een bedrag van € 427.