Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- 7% voor de gehele mens;
- 7% voor de arm.
Kamerstukken II2009/10, 32 130 (Fiscale Vereenvoudigingswet), nr. 7 (NnavV), p. 6.) is onder andere opgenomen:
Dit sluit ook aan bij de regeling in artikel 11, lid 1, aanhef en letter k, van de Wet op grond waarvan geen belasting wordt geheven over uitkeringen en verstrekkingen tot vergoeding van door een werknemer in verband met zijn dienstbetrekking geleden schade aan of verlies van persoonlijke zaken, waarmee de onderhavige vergoeding vergelijkbaar is.". De rechtbank overweegt dat deze aanvulling niet betekent dat de vergoeding (zie 1.8.) is vrijgesteld op basis van artikel 11, lid 1, aanhef en letter k, van de Wet LB. De Hoge Raad vergelijkt de beloningsvoordelen genoemd bij 7. onder b. met vergoedingen die zijn vrijgesteld op basis van dit artikel. In dit artikel wordt gesproken over 'zaken' en niet over 'goederen'. Immateriële schadevergoedingen, dan wel de cessie daarvan, zijn immers geen 'zaken' maar 'vorderingsrechten'.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op om aan eiser een teruggaaf te verlenen van de door [veiligheidsregio] ingehouden loonheffing over het tijdvak maart 2018 tot een bedrag van € 13.270,81;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.024;