ECLI:NL:RBNNE:2019:1114
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en toepassing vrijstelling waterverdedigingswerk
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een geschil over de WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2016. Eiser stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat de vrijstelling voor waterverdedigingswerken te beperkt was toegepast. Verweerder had de waarde vastgesteld op €79.000 na bezwaar, terwijl eiser een lagere waarde van €69.000 bepleitte.
Centraal stond de vraag of de grond onder de berging en de vrijstaande schuur ook buiten aanmerking moest worden gelaten op basis van de vrijstelling voor waterverdedigings- en waterbeheersingswerken. Eiser stelde dat het gehele perceel binnen de kernzone lag en dat het Wetterskip Fryslân het feitelijke beheer voerde, waardoor een groter deel van het perceel vrijgesteld zou moeten zijn.
De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet had bewezen dat het gehele perceel in de kernzone lag en dat het Wetterskip Fryslân het beheer voerde over het bebouwde deel. Verweerder had een plattegrond overgelegd waaruit bleek dat een deel van het perceel buiten de kernzone lag. De rechtbank volgde verweerder in de vaststelling van de bebouwde oppervlakte en de toepassing van de vrijstelling op 92 m².
Daarnaast vond de rechtbank dat de waardebepaling van de onroerende zaak door verweerder voldoende was onderbouwd met een taxatieverslag en vergelijkingsobjecten. De stelling van eiser dat de grondstaffel te algemeen was en dat een deel van de berging ten onrechte was meegenomen, werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de toepassing van de vrijstelling wordt ongegrond verklaard.