ECLI:NL:RBNNE:2018:2168
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste berekening ZW-dagloon bij kortdurend dienstverband en ziekte-uitval
Eiser was werkzaam bij een werkgever op basis van een tijdelijk dienstverband van 21 november 2016 tot en met 17 december 2016. Hij viel op 25 november 2016 wegens ziekte uit en had recht op loondoorbetaling tot het einde van het dienstverband. Verweerder stelde het dagloon vast voor de Ziektewetuitkering, eerst op basis van twintig dagloondagen, later na bezwaar op vier dagloondagen.
Eiser betwistte de berekening en stelde dat het dagloon moest worden berekend over het volledige loon van de gehele periode, inclusief de doorbetaalde ziektedagen, en niet alleen over de daadwerkelijk gewerkte dagen. Hij beriep zich op artikel 12e, vijfde lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.
De rechtbank overwoog dat het dagloon een redelijke weerspiegeling moet zijn van het welvaartsniveau bij het intreden van het verzekerde risico (ziekte). Alleen het loon over de vier daadwerkelijk gewerkte dagen voorafgaand aan ziekte-uitval mag worden meegenomen. De door eiser voorgestelde berekening zou het loondervingsbeginsel niet recht doen.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat een eerder besluit in een vergelijkbare situatie onjuist was en het Uwv niet gehouden is fouten te herhalen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het nader besluit ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het nader besluit tot vaststelling van het ZW-dagloon wordt ongegrond verklaard.