Uitspraak
derde-partijenheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghouder], te [plaats], vergunninghouder.
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) voor de uitbreiding van een pluimveehouderij met vrije uitloopruimte voor kippen. Verzoekers stelden dat de buitenruimte ten onrechte niet als onderdeel van de inrichting was meegenomen, waardoor het besluit onzorgvuldig was en ondeugdelijk gemotiveerd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de vergunninghouder een grondgebonden agrarisch bedrijf exploiteert en dat de uitloopruimte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Verweerder had echter de grenzen van de inrichting onjuist vastgesteld door de uitloopruimte buiten beschouwing te laten, terwijl deze direct grenst aan de stal en intensief wordt gebruikt.
Dit leidt tot schending van artikel 3:2 en Pro 7:12 Awb. Verweerder krijgt de gelegenheid om de gebreken binnen zes weken te herstellen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen na belangenafweging, mede vanwege het geldige leveringscontract van vrije uitloop-eieren.
De uitspraak is een tussenuitspraak waarbij verdere beslissing op het beroep wordt aangehouden tot einduitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder krijgt zes weken om de gebreken in het besluit te herstellen.