Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[Eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 2.500
3.1 De rechtsgevolgen van de Verklaring arbeidsrelatie
geenbetekenis toe komt, indien:
a. een VAR is gebruikt die niet ziet op de periode waarin de werkzaamheden zijn uitgevoerd;
c. Controlemogelijkheden na afgifte verklaring) dat de afgegeven VAR-verklaring hetzij kan worden herzien, hetzij dat bij een hernieuwde aanvraag voor een volgend tijdvak een andere VAR-verklaring kan worden afgegeven. Kortom: een andersluidend standpunt moet in de sfeer van de VAR tot uitdrukking komen.
Kamerstukken II2000/01, 27 466, nr. 6, p. 63 en 99). Het juiste correctie-instrument is bij dergelijke, gebleken gewijzigde omstandigheden dus de herziening van de bestaande VAR (tijdens de geldigheidsduur) of de afgifte van een andere VAR (voor latere jaren), maar niet de (her)kwalificatie bij het opleggen van de aanslag IB. Bovendien heeft de wetgever voor deze categorie gevallen bepaald, dat de voor de periode tot de herziening de afgegeven VAR blijft gelden, en dat pas daarna de nieuwe VAR geldt (zie onder 4. hiervoor, onder het kopje
4.4 Herziening VAR). Daarmee zou onverenigbaar zijn dat verweerder, zoals in casu door hem verdedigd, na afloop van de geldigheidsperiode van de afgegeven VAR alsnog zou kunnen overgaan tot een herziening in de sfeer van de IB.
3.1 De rechtsgevolgen van de Verklaring arbeidsrelatie(zie onder 4.) zowel de gevolgen voor opdrachtgevers als voor de belastingplichtigen zelf benoemd. Onder het kopje
5.1 Handhavingsrisico's(zie onder 4.) wordt opgemerkt dat in verband met het verdergaande rechtsgevolg een groter risico van misbruik of oneigenlijk gebruik zal bestaan en dat het financiële belang van de VAR voor opdrachtgever én opdrachtnemer groter wordt. Verder geeft de wetgever aan dat het wetsvoorstel opdrachtnemers de mogelijkheid biedt om vooraf 'volledige duidelijkheid' te verkrijgen over de fiscale status van hun arbeidsrelaties (zie onder 5.). Ten slotte merkt de wetgever op dat in het onderhavige wetsvoorstel het risico dat achteraf ten onrechte een VAR-wuo of VAR-dga blijkt te zijn verstrekt, van opdrachtnemers én opdrachtgevers naar de overheid verschuift (zie onder 5.).
gelijkluidendverzoek te hebben ingediend. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dus: een verzoek waarin dezelfde antwoorden zijn gegeven als in het aanvraagformulier over 2010.