Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Emmen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
In deze vooraankondiging is voorts het volgende opgenomen:
“
Als u het met mijn voornemen om deze naheffingsaanslag op te leggen niet eens bent, stel ik u in de gelegenheid vóór 9 september 2013 te reageren. In uw reactie kunt u aangeven of u uw bedenkingen mondeling wilt toelichten. Tevens kunt u aangeven of u de stukken wilt inzien. Als ik voor deze datum van u geen reactie heb ontvangen, zal ik de naheffing opleggen.”.
“
Geachte heer [gemachtigde eiser] ,Bij de Belastingdienst, kantoor Roosendaal zijn de onderstaande bezwaarschriften in behandeling met betrekking tot het al dan niet aanmerken van onderwerpelijke voertuigen bij het vaststellen van de handelsinkoopwaarde als BTW auto’s.In eerdere gesprekken met de heer [naam] van kantoor Emmen en ook heden na het hoorgesprek in een aantal andere zaken , heeft u verzocht de behandeling van dossiers met betrekking tot dit geschil aan te houden tot het moment dat over deze kwestie uitspraak is gedaan in cassatie.Ik kan hiermee instemmen voor zover het betreft onderstaande dossiers:(…)
- Heeft verweerder terecht een dwangsom van € 20 toegekend?
- Is er terecht een bedrag van € 66 aan kosten voor dwanginvordering in rekening gebracht?
- Heeft verweerder de unierechtelijke en/of nationaalrechtelijke hoorplicht geschonden?
- Heeft eiser recht op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn?
- Heeft eiser recht op een rentevergoeding (Irimie-rente) wegens strijd met het unierecht geheven belasting?
Kosten dwanginvordering
Het unierechtelijke verdedigingsbeginsel / proceskostenvergoeding
Het HvJ EU heeft er voorts (punt 44) op gewezen dat wanneer een nationale regeling een termijn vaststelt voor de indiening van de opmerkingen van de belanghebbenden, de nationale rechter zich ervan dient te vergewissen of die termijn beantwoordt aan de specifieke situatie van de betrokken persoon of onderneming en hun, met inachtneming van het doeltreffendheidsbeginsel, de mogelijkheid heeft geboden om hun rechten van verdediging uit te oefenen.
Hiermee is eiser naar het oordeel van de rechtbank in de gelegenheid gesteld om zich voorafgaand aan de uitreiking van de naheffingsaanslag uit te laten over de elementen waarop de naheffing was gebaseerd. Verweerder heeft daarbij bovendien uitdrukkelijk de gelegenheid geboden om eiser mondeling te horen. De geboden termijn is in dit verband eveneens redelijk. Bovendien had eiser ten minste binnen de geboden termijn om meer tijd kunnen vragen. Voor zover eiser heeft beoogd te stellen dat hem ten onrechte niet de gelegenheid is geboden om zich voorafgaand aan de oplegging uit te laten over de naheffingsaanslag, mist die stelling dus feitelijke grondslag. Voor zover eiser heeft beoogd te stellen dat de zorgplicht van de inspecteur op dit punt verder gaat, vindt dat standpunt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in het recht. De inspecteur hoeft niet, zoals eiser kennelijk voorstaat, hemel en aarde te bewegen om te garanderen dat de belanghebbende, ook als hij niet reageert op uitnodigingen, vooraf daadwerkelijk wordt gehoord. De jurisprudentie van het HvJ EU is duidelijk: het is geen hoor
plicht, maar een hoor
recht. Waar het om gaat is dat de belanghebbenden in staat worden gesteld om naar behoren hun standpunt kenbaar te maken. Dat laatste is in dit geval wel degelijk gebeurd.
Immateriële schadevergoeding
- de casus van eiser in de brief met naam en toenaam wordt genoemd;
- eisers gemachtigde de brief wel heeft ontvangen, zoals ter zitting bevestigd, maar ervoor gekozen heeft om niet te reageren;
- eisers gemachtigde wel gereageerd heeft toen de grond voor aanhouding was vervallen doordat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan op 27 januari 2017, namelijk door verweerder in gebreke te stellen met dagtekening 24 februari 2017. Uit deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat eiser niet alleen op de hoogte, maar ook akkoord was met aanhouding.
Rentevergoeding