Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[dhr. A],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 augustus 2016 (verder: het tussenvonnis)
- de akte van [eisers]
- de antwoordakte van de gemeente.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een civiele zaak waarin de Holding, een dochter-B.V. en een eigenaar (dhr. A) vorderingen instelden tegen de gemeente Ooststellingwerf wegens onrechtmatig handelen en vertragingsaansprakelijkheid.
De rechtbank bevestigde in het tussenvonnis dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld jegens de Holding door het nemen van bepaalde besluiten, maar oordeelde dat de Holding onvoldoende eigen schade had onderbouwd. De Holding stelde dat zij en haar dochter-B.V. materieel één ondernemer vormden, maar de rechtbank benadrukte dat zij afzonderlijke rechtssubjecten zijn en dat de Holding geen rechtstreekse exploitatieschade kon vorderen.
Ten aanzien van de vordering van dhr. A voor huurschade wegens overschrijding van beslistermijnen oordeelde de rechtbank dat diens belangen niet kenbaar waren voor de gemeente, waardoor de vordering niet toewijsbaar was. Verder werden vorderingen voor kosten van rechtsbijstand afgewezen wegens ontoereikende onderbouwing en omdat deze kosten bestuursrechtelijk vergoed moeten worden.
De rechtbank veroordeelde de eisers in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor dit onderdeel.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en veroordeelt hen in de proceskosten.