Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst Noord/kantoor Emmen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Vermoedelijke strafbare feiten:
(…)
Parketnummer 18 / [234567] - [00] , feit 2 A en B
“beslissing op 25 september 2014 van de inspecteur Belastingdienst/ kantoor Groningen”. In het vervolg van dit beroepschrift wordt enkel gesproken over de aanslagen over het jaar 2010. Bij brief van 16 december 2014, door de rechtbank ontvangen op 17 december 2014, heeft eisers toenmalige gemachtigde de rechtbank een kopie van het beroepschrift van 4 november 2014 gezonden en daarbij vermeld op welke aanslagen het beroep ziet, te weten de aanslagen IB/PVV en IAB ZVW 2009 en 2010. Eisers nieuwe gemachtigde mr. [gemachtigde eiser] , heeft de rechtbank op 27 januari 2015 een brief gestuurd waaruit volgt dat het oorspronkelijke beroepschrift betrekking heeft op de aanslagen over zowel het jaar 2009 als 2010. De laatste dag van de beroepstermijn is 6 november 2014. De rechtbank is van oordeel dat, ondanks het feit dat in eisers beroepschrift van 4 november 2014 slechts wordt gesproken over de aanslagen over het jaar 2010, eiser tijdig beroep heeft ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar tegen de aanslagen IB/PVV en IAB ZVW over de jaren 2009 en 2010. Het beroepschrift verwijst immers naar de beslissing van 25 september 2014, waarin door verweerder zowel de uitspraken op bezwaar tegen de aanslagen IB/PVV en IAB ZVW 2009 als 2010 zijn vervat. De beroepen inzake de aanslagen IB/PVV en IAB ZVW over zowel 2009 als 2010 zijn dan ook ontvankelijk.