ECLI:NL:RBNNE:2015:4152
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering naturalisatie wegens gevaar voor de openbare orde op grond van strafrechtelijke veroordeling
Eiser, met de Iraakse nationaliteit, verzocht op 4 september 2013 om naturalisatie. Dit verzoek werd bij besluit van 19 juni 2014 afgewezen door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wegens ernstige vermoedens dat eiser een gevaar voor de openbare orde vormt. Deze weigering werd bevestigd bij besluit van 9 januari 2015, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De afwijzing is gebaseerd op artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), dat naturalisatie weigert indien ernstige vermoedens bestaan dat de verzoeker gevaar oplevert voor de openbare orde. Dit werd onderbouwd met een veroordeling van eiser tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 50 uren wegens een strafbaar feit volgens artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Eiser voerde aan dat het begrip 'openbare orde' in de RWN niet overeenkomt met dat in het gemeenschapsrecht en verwees naar Europese richtlijnen en jurisprudentie. De rechtbank volgde dit betoog niet, stellende dat de naturalisatie van personen zonder EU-nationaliteit niet binnen het gemeenschapsrecht valt. Het beleid uit de Handleiding toepassing RWN, dat de afwijzing van naturalisatie bij recente strafrechtelijke sancties voorschrijft, werd als leidraad gehanteerd.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was omdat de rehabilitatieperiode nog niet was verstreken en de sanctie voldoende zwaar was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van naturalisatie wegens gevaar voor de openbare orde wordt ongegrond verklaard.