Eiser en zijn echtgenote sloten in 2001 via een tussenpersoon twee aandelenleaseovereenkomsten met Aegon, met een looptijd van 60 maanden. De overeenkomsten eindigden met een restschuld die eiser niet volledig heeft voldaan. Eiser vordert onder meer een verklaring voor recht dat Aegon onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende informatie te verstrekken over de risico's en tekortkomingen van de leaseovereenkomsten.
De rechtbank stelt vast dat Aegon haar dubbele zorgplicht heeft geschonden: zij heeft nagelaten de eiser indringend te waarschuwen voor het risico op een restschuld en heeft geen onderzoek gedaan naar de financiële positie van eiser. Hierdoor had Aegon het aangaan van de overeenkomst moeten ontraden. De tussenpersoon heeft de aandelenleaseovereenkomsten geadviseerd, wat niet was toegestaan zonder vergunning, en Aegon had dit moeten weten en zich moeten onthouden van het accepteren van deze cliënt.
De rechtbank volgt het model van het hof Amsterdam om te beoordelen of sprake was van een onaanvaardbaar zware financiële last en concludeert dat dit het geval was. De schadevergoeding wordt vastgesteld op 80% van de nadelige financiële gevolgen, waarbij de restschuld en reeds betaalde bedragen worden betrokken. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Aegon wordt veroordeeld tot betaling van € 6.805,10 plus wettelijke rente en in de proceskosten.