Uitspraak
mr. I.M.C.A. Reinders Folmerte Amsterdam,
mr. H.M.G. Brunklauste Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak verhuurde Eigen Haard een benedenwoning aan appellant, wiens zoon met een stoornis in het autistisch spectrum (PDD-NOS) geluidsoverlast veroorzaakte. De buurvrouw klaagde herhaaldelijk over de overlast, waarna de zoon in een jeugdpsychiatrisch centrum werd opgenomen.
Appellant vorderde in kort geding dat Eigen Haard hem een andere woning zou aanbieden of de huidige woning zou isoleren om normale bewoning mogelijk te maken. De kantonrechter wees deze vorderingen af, waarna appellant hoger beroep instelde.
Het hof nam de feiten van de kantonrechter als uitgangspunt en oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de woning gebrekkig was in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro. Ook was onvoldoende feitelijk onderbouwd dat de zoon op korte termijn terug zou keren, zodat er geen spoedeisend belang bestond.
Daarom werden de grieven van appellant verworpen en het vonnis bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende aannemelijkheid van woninggebrek en gebrek aan spoedeisend belang.