Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen
[derde-partij 1]uit [plaats]
Als derde-partij 2 neemt aan de zaak deel: [derde-partij 2] uit [plaats] .
Samenvatting
.Eiser heeft in strijd met het bestemmingsplan meerdere overtredingen begaan en heeft daarnaast aanlegwerkzaamheden verricht zonder in het bezit te zijn van een omgevingsvergunning. Daarnaast is legalisatie niet aan de orde en zijn er geen bijzondere omstandigheden gebleken die ertoe hadden moeten leiden dat het college af zou zien van handhaving. Het college kon bovendien overgaan tot invordering van de van rechtswege verbeurde dwangsom, omdat eiser de aanlegwerkzaamheden heeft voortgezet ondanks de opgelegde last onder dwangsom. Daarbij acht de rechtbank van belang dat door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 7 januari 2026 [2] , onherroepelijk vast is komen te staan dat eiser niet in het bezit is van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Tot slot komt de rechtbank tot het oordeel dat het college heeft voldaan aan de zorgplicht. Eiser krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Omdat de beroepen ongegrond zijn, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Voorgeschiedenis en procesverloop
24 november 2025 nogmaals de wraking verzocht van de voorzieningenrechter en op
8 december 2025 nogmaals de wraking verzocht van de rechters van de wrakingskamer. Gelet op de wrakingsbeslissing van 21 november 2025 is het wrakingsverzoek van
8 december 2025 niet in behandeling genomen. Met de beslissing van 19 december 2025 [12] heeft de wrakingskamer het verzoek tot wraking van de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit verzoek naar het oordeel van de wrakingskamer te laat is ingediend. Daarnaast beveelt de wrakingskamer dat de voorlopige voorzieningenprocedure wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
4 september 2025, op het beroep gereageerd met een aanvullend verweerschrift.
4 september 2025 en 2 april 2026, op de beroepen en het verzoek om voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift.
Standpunten college
Het bestreden besluit 1 (beroep HAA 25/3508)
Standpunten eiser
Het toetsingskader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
.Eiser krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Omdat de beroepen ongegrond zijn, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer HAA 25/3508 ongegrond;
- verklaart het beroep met zaaknummer HAA 25/5244 ongegrond; en
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening met zaaknummer HAA 26/2520 af.
drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier.Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.