Uitspraak
RECHTBANK
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Het standpunt van verzoeker
4.Ordepunten
5.De beoordeling
6.Wrakingsverzoeken tegen de wrakingskamer
mr. A. Molenkamp-Lopar, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft op 11 november 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzieningenrechter in een bestuursrechtelijke hoofdzaak over een voorlopige voorziening. De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek te laat is ingediend, aangezien de feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gebaseerd al tijdens de zitting van 6 november 2025 bekend waren.
Verzoeker stelde dat de voorzieningenrechter partijdig was door haar vraagstellingen, het toelaten van noviteiten van de wederpartij en het schenden van het recht op hoor en wederhoor. Ook klaagde verzoeker over het toelaten van omwonenden als procespartij en het niet verstrekken van inzage in processtukken. De wrakingskamer overweegt dat deze omstandigheden al tijdens de zitting bekend waren en dat verzoeker toen had kunnen wraken.
Daarnaast is een eerder wrakingsverbod opgelegd aan verzoeker wegens misbruik van het wrakingsmiddel, waardoor een nieuw wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. De wrakingskamer wijst het verzoek daarom af en beveelt voortzetting van de hoofdzaak in de stand waarin deze zich bevond. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het proces wordt voortgezet.