Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
H. Bakker,
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Holland op 21 november 2025 een verzoek tot wraking afgewezen dat was ingediend door een verzoeker in een bestuursrechtelijke procedure. De verzoeker had op 18 en 19 november 2025 verzoeken tot wraking ingediend tegen de wrakingsrechters, die ook de behandelend rechters waren in een eerder wrakingsincident. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat de verzoeker onvoldoende gronden had aangevoerd die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat de onpartijdigheid van de rechters in het geding zou zijn. De verzoeker had aangevoerd dat hij niet voldoende tijd had gehad om zich voor te bereiden op de zitting, maar de wrakingskamer oordeelde dat dit geen gegronde reden was voor wraking. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat er sprake was van misbruik van het rechtsmiddel wraking, omdat de verzoeker niet eerst een verzoek tot aanhouding had ingediend voordat hij het wrakingsverzoek indiende. De wrakingskamer heeft daarom besloten dat een volgend verzoek tot wraking van de verzoeker niet in behandeling zal worden genomen. De beslissing is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.