4.5.De kantonrechter komt tot 1 juni 2024 als peildatum op grond van de volgende feiten en omstandigheden, die deels door [eisers] (onweersproken) zijn aangevoerd en voor een deel door [gedaagde 3] en [gedaagde 4] zelf naar voren zijn gebracht.
i. Eind 2023 was de financiële situatie van Tuinmaterialen al niet rooskleurig. Tuinmaterialen had eind 2023 ongeveer € 230.000,00 aan vlottende activa tegenover ruim € 300.000,00 aan kortlopende schulden. Hoewel de omzet door de verruimde bedrijfsactiviteiten sterk groeide (omzet 2022: € 333.626,00, omzet 2023: € 1.532.520,00), klanten 40% aanbetaalden en Tuinmaterialen zelf (vrijwel) geen voorraad aanhield, stond de liquiditeit dus al eind 2023 fors onder druk. Dit was ook de reden dat [gedaagde 3] en [gedaagde 4] er eind 2023 voor kozen om zich vanuit Tuinmaterialen geen loon meer uit te laten betalen.
Tuinmaterialen werd niet extern gefinancierd. Naast de (aan)betalingen die zij van klanten ontving, was Tuinmaterialen aangewezen op leverancierskredieten van met name Tuinvisie, waar Tuinmaterialen 90% van haar bestellingen deed. Vanwege de toenemende liquiditeitsbehoefte van Tuinmaterialen werd haar leverancierskrediet bij Tuinvisie met ingang van 1 januari 2024 verhoogd van
€ 30.000,00 naar € 60.000,00.
Een onderneming als Tuinmaterialen, die zich bezighoudt met de aanleg van tuinen, maakt in de regel de meeste omzet in het voorjaar en in de zomermaanden (dus in de maanden maart tot en met september). In het eerste kwartaal van 2024 was bij Tuinmaterialen echter al sprake van een behoorlijke omzetstijging. Volgens de verklaring van [gedaagde 3] op de zitting van 28 november 2025 bedroeg de omzet van Tuinmaterialen in de eerste maanden van 2024 al ongeveer € 2.000.000,00. Toch bleef de liquiditeit van Tuinmaterialen ook in het eerste kwartaal van 2024 onder druk staan.
Begin 2024 kwam Tuinmaterialen tot het inzicht dat zij moest professionaliseren, ook vanwege haar omzetgroei, en dat haar liquiditeitspositie moest verbeteren. Daarom nam Tuinmaterialen begin 2024 maatregelen om haar werkprocessen efficiënter te maken en schakelde Tuinmaterialen MKB Finance in voor (andere) financieringsmogelijkheden. Begin maart 2024 heeft MKB Finance gerapporteerd dat Tuinmaterialen € 500.000,00 nodig heeft. Hiermee kon Tuinmaterialen voldoen aan de exponentiële groei zonder in te leveren op de kwaliteit en kon Tuinmaterialen de door haar beoogde tweede vestiging openen. Die tweede vestiging, waarvoor Tuinmaterialen een crowdfunding wilde opzetten, is nooit geopend.
Het benodigd werkkapitaal van € 500.000,00 is er niet gekomen. Tuinmaterialen kreeg medio maart 2024 alleen een kortlopende lening van
€ 100.000,00 door de oom van [gedaagde 4] verstrekt. De crowdfundingsactie heeft niet geleid tot een betere liquiditeitspositie van Tuinmaterialen. [gedaagde 3] en [gedaagde 4] hebben in ieder geval niet gesteld dat de crowdfunding (die volgens hen overigens pas op 22 juli 2024 werd gelanceerd) heeft gezorgd voor meer geld.
Vanwege de toenemende liquiditeitsdruk waar Tuinmaterialen mee te kampen had, betaalde Tuinmaterialen vanaf april 2024 geen huur meer voor het door haar gebruikte pand en werd haar leverancierskrediet bij Tuinvisie met ingang van april 2024 wederom verhoogd (tot € 90.000,00).
Tuinmaterialen liep steeds tegen het limiet aan van haar leverancierskredieten. In mei 2024 wilde Tuinmaterialen haar leverancierskrediet bij Tuinvisie opnieuw verhogen en is Tuinmaterialen ook met andere leveranciers (waaronder Gras bij de Buren) gaan praten over haar liquiditeitsproblemen. Tuinvisie was niet bereid het leverancierskrediet wederom te verhogen, maar wilde dat Tuinmaterialen op haar leverancierskrediet zou aflossen (wat Tuinmaterialen niet kon). Dit leidde uiteindelijk op 24 juli 2024 tot een leveringstop: pas als Tuinmaterialen € 60.000,00 zou aflossen van haar gebruikt leverancierskrediet van € 90.000,00, zou Tuinvisie weer orders van Tuinmaterialen uitleveren. Dit bedrag kon Tuinmaterialen echter niet betalen.
In mei 2024 heeft Tuinmaterialen [naam 1] benaderd omdat zij haar werkprocessen beter wilde stroomlijnen en haar kosten wilde verlagen. Om haar liquiditeitspositie te verbeteren, heeft Tuinmaterialen haar (aan)betalingsstructuur gewijzigd en daartoe is Tuinmaterialen op advies van [naam 1] vanaf begin juni 2024 onder meer een (hogere) aanbetaling van 50% gaan vragen. Ook kregen klanten 5% korting als zij 100% aanbetaalden. Het advies van [naam 1] om te bezuinigen op personeelskosten, heeft Tuinmaterialen in juli 2024 opgevolgd. Op 19 juli 2024 ontsloeg Tuinmaterialen twee werknemers. Daarnaast schakelde Tuinmaterialen drie zzp’ers niet meer in, waarmee zeven personen overbleven die voor Tuinmaterialen werkten (inclusief [gedaagde 3] en [gedaagde 4] ).
De overeenkomsten met [eisers] zijn allemaal na 13 juni 2024 gesloten (met uitzondering van de overeenkomst met [eiser 4] ). Tuinmaterialen is deze overeenkomsten in het geheel niet nagekomen. Tuinmaterialen heeft voor [eisers] ( [eiser 4] uitgezonderd) dus ook geen tuinmaterialen besteld, zoals wel was afgesproken.
Nadat Tuinvisie op 24 juli 2024 de leveringsstop had afgekondigd, zocht Tuinmaterialen intensief naar investeerders. Deze lieten allemaal echter al heel snel weten niet te willen investeren, in de meeste gevallen omdat zij de daaraan verbonden risico’s te groot vonden. Daarop heeft Tuinmaterialen op 31 juli 2024 haar eigen faillissement aangevraagd.
Toen Tuinmaterialen op 6 augustus 2024 failliet werd verklaard, had Tuinmaterialen een (voorlopig erkende concurrente) schuldenlast van bijna
€ 800.000,00 aan in totaal 83 schuldeisers. Het ging bij ongeveer de helft van deze schulden (dus bij ongeveer € 400.000,00) om schulden aan klanten. Een klant van Tuinmaterialen was gemiddeld € 5.000,00 kwijt voor de aanleg van een tuin. Dit betekent dat de 83 schuldeisers voor het grootste deel klanten van Tuinmaterialen betroffen.