Eiseres, een besloten vennootschap, heeft voor het boekjaar 2018 aangifte vennootschapsbelasting gedaan met een belastbaar bedrag van €9.935.452. De Belastingdienst legde een aanslag op van €14.250.011 met een rentebeschikking van €251.239. Na bezwaar werd de aanslag verminderd tot €10.788.630 en de belastingrente tot €49.681. Vervolgens werd de rentebeschikking ambtshalve verlaagd tot €35.336.
De kern van het geschil betrof de hoogte van het rentepercentage van 8% dat werd toegepast voor de periode 1 januari 2022 tot en met 13 mei 2023. Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:59) werd geoordeeld dat dit percentage niet juist was toegepast. Partijen bereikten overeenstemming dat het percentage volgens de algemene regel van het Besluit belasting- en invorderingsrente moest worden toegepast, wat resulteerde in een rentebeschikking van €23.627.
De rechtbank stelde de rentebeschikking vast op dit bedrag, vernietigde het eerdere besluit over belastingrente, en veroordeelde de Belastingdienst in de proceskosten van €1.868 en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €371. Partijen zagen af van een nadere zitting na het arrest van de Hoge Raad en schriftelijke reacties.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 16 maart 2026 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).