Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij op 1 februari 2025 geen parkeerbelasting had voldaan terwijl dit wel verplicht was op de parkeerplaats in gemeente 1. Hij stelde dat de parkeerautomaten defect waren en hij geen smartphone of parkeerapp had om de belasting te voldoen. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat twee parkeerautomaten defect waren, mede op basis van een filmpje en zijn gedetailleerde verklaringen.
Verweerder betwistte de defecten, maar kon dit onvoldoende onderbouwen en leverde geen concrete bewijsstukken of verklaringen van ambtenaren. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had weersproken dat de parkeerautomaten niet werkten. Ook was het niet redelijk om van belanghebbende te verlangen dat hij elders parkeert om belasting te voldoen.
Verder kon belanghebbende niet via een parkeerapp betalen omdat hij geen smartphone had. De rechtbank stelde dat de gemeente moet zorgen voor werkende parkeerapparatuur binnen redelijke afstand en dat verschillende betaalwijzen zijn toegestaan. Gezien de omstandigheden en het autisme van belanghebbende achtte de rechtbank zijn inspanningsverplichting voldoende.
De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot het bedrag van de verschuldigde parkeerbelasting van €1. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed. Er werden geen proceskosten toegekend.