Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2025 in de zaken tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Op 20 mei 2022 ontvangen eisers een offerte van aannemer [aannemer 1] voor de herbouw van de woning.
- Op 18 september 2022 dienen eisers een principeverzoek in bij de gemeente voor de sloop en herbouw van de woning.
- Op 13 oktober 2022 heeft een andere aannemer de woning geïnspecteerd en geadviseerd dat slopen en herbouw te prefereren is boven verbouwen.
- Op 14 oktober 2022 bericht de gemeente dat ze in beginsel positief tegenover het principeverzoek staat.
- Op 24 oktober 2022 ontvangen eisers een offerte van [aannemer 2] .
- Op 13 november 2022 tekenen eisers een intentieverklaring met aannemer [aannemer 1] inzake de bouw van de woning.
- Op 10 januari 2023 tekenen eisers de offerte van [aannemer 2] .
- Op 22 februari 2023 vragen eisers een omgevingsvergunning aan.
- Op 3 augustus 2023 wordt de omgevingsvergunning afgegeven.
- Na het afgeven van de vergunning starten de sloop- en bouwwerkzaamheden.
- Met ingang van 29 juni 2024 hebben eisers zich ingeschreven op het adres [straat] [# 1] te [woonplaats] .
dezewoning,
de verkregenwoning en
bestaandewoningen. Verweerder verwijst in zijn verweerschrift ook naar hetgeen in de parlementaire geschiedenis is opgenomen over de sloop van een woning en het er niet (kunnen) wonen. De rechtbank constateert dat nergens in de door verweerder aangehaalde parlementaire geschiedenis het woord sloop wordt gebezigd of anderszins iets wordt gezegd over de sloop van een woning. Tijdens de parlementaire behandeling is niet aan de orde gekomen of ook aan het hoofdverblijfvereiste wordt voldaan als een verkrijger een woning koopt, met de bedoeling deze na de verkrijging te slopen en daar een nieuwe woning te bouwen, bestemd om als hoofdverblijf te dienen.
Beslissing
mr. I. Kroesemeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
26 augustus 2025.