Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 juli 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats], verzoeker
Samenvatting
Procesverloop
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker, een 45-jarige man uit Somalië, verzocht om toegang tot maatschappelijke opvang voor zichzelf en zijn minderjarige zoon op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar wees dit verzoek af omdat verzoeker zelfredzaam is en zijn woonprobleem zelfstandig kan oplossen. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening omdat hij en zijn zoon dreigen dakloos te worden.
De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang, mede vanwege het dreigende vertrek van hun verblijfadres, maar oordeelde dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft. Uit het onderzoek blijkt dat verzoeker meerdere tijdelijke verblijven kon regelen, een inkomen heeft en in staat is woonruimte te vinden. De belangen van de zoon zijn meegewogen en er is geen sprake van onaanvaardbare gevolgen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college zorgvuldig heeft gehandeld, de hulpvraag adequaat heeft onderzocht en dat verzoeker niet tot de doelgroep van de Wmo behoort. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en blijft het besluit van het college om verzoeker niet toe te laten tot maatschappelijke opvang in stand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit van het college blijft in stand.