Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit Purmerend, eiser
Samenvatting
Procesverloop
De feiten
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
Standpunten van partijen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Eiser werkte sinds 2017 als betaald zorgverlener voor zijn moeder op basis van een modelzorgovereenkomst. Na haar overlijden vroeg hij een Ziektewetuitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De rechtbank toetste of er een gezagsverhouding bestond, een vereiste voor het aannemen van een dienstbetrekking.
De rechtbank concludeerde dat ondanks de zorgovereenkomst en de zorg die eiser verleende, er onvoldoende aanwijzingen waren voor een gezagsverhouding. De zorgovereenkomst bevatte geen essentiële arbeidsvoorwaarden zoals werktijden, vakantiedagen of ziekmeldingsprocedures. De feitelijke situatie, waarbij eiser ook privézaken van zijn moeder regelde en zorgde die verder ging dan de overeenkomst, wees op een familierelatie die de arbeidsverhouding overheerste.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser, die stelde dat er wel sprake was van een gezagsverhouding en dat hij gediscrimineerd werd ten opzichte van professionele zorgverleners. Ook verwees hij naar een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die echter niet vergelijkbaar was. De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen recht heeft op een Ziektewetuitkering.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de Ziektewetuitkering geweigerd wegens ontbreken van een gezagsverhouding.