Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een eenmalige energietoeslag 2023, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland is afgewezen omdat het gemiddelde inkomen van eiser over de referteperiode juli tot en met september 2023 hoger was dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Eiser voerde aan dat zijn werkelijke inkomsten lager waren dan de gehanteerde grens en dat hij daarom recht had op de toeslag. Hij stelde dat hij in bepaalde weken geen inkomsten had en dat de loonstroken onvolledig waren. Het college baseerde zich echter op gegevens uit Suwinet, die volgens vaste jurisprudentie als juist mogen worden aangenomen, en vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat deze gegevens onjuist waren.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht het inkomen had berekend op basis van Suwinet en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de gegevens onjuist waren. De bankafschriften die eiser overlegd had, betroffen niet de relevante periode en boden geen ondersteuning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
De uitspraak benadrukt het discretionaire karakter van de energietoeslag en de beleidsregels van de gemeente Drechterland, waarbij het college een beleidsruimte heeft om inkomensgrenzen te hanteren en te toetsen aan gegevens uit Suwinet. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.