Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 december 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit Heemstede, verzoekster
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
De situatie van verzoekster
Het bestreden besluit
Voorts geldt dat het college geen maatwerkvoorziening hoeft te verstrekken wanneer diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen die naar hun aard algemeen gebruikelijk zijn uitkomst kunnen bieden voor de cliënt. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een voorziening onder de Wmo kan worden aangemerkt als een algemeen gebruikelijke voorziening die aan het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de weg staat, indien deze voorziening daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin betrokkene tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en door een persoon als betrokkene financieel kan worden gedragen. [3] De gemeente moet wel altijd onderzoeken of dat in dit geval ook zo is. De vraag of een voorziening financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau moet volgens de Centrale Raad van Beroep (CRvB) zo worden begrepen dat een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen onder de gehele bevolking gangbaar is te achten. [4] Omdat de kinderopvangtoeslag inkomensafhankelijk is, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de kinderopvang gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Verzoekster stelt weliswaar dat de kinderopvang voor vier tot vijf opvangdagen per week financieel niet haalbaar is, maar heeft dit vooralsnog niet onderbouwd. Dat kinderopvang in het geval van verzoekster geen passende bijdrage is, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd. Dat extra dagen kinderopvang geen voorkeur verdient, is weliswaar begrijpelijk, maar vooralsnog ontbreekt ten aanzien van dat punt voldoende onderbouwing en bij een voorliggende voorziening hoeft het college geen rekening te houden met een voorkeur, zolang de voorziening maar wel beschikbaar en geschikt is. De stelling van verzoekster dat de kinderopvang teveel prikkels voor haar dochter meebrengt en dat zij als gevolg daarvan vermoeid raakt en veel huilt is onvoldoende om de voorziening in dit geval als niet geschikt te kwalificeren.