Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 453,50. Artikel 30a van de Wet WOZ is volgens eiseres niet op dit beroep van toepassing, omdat het een beroep niet tijdig beslissen betreft dat is ingediend op basis van de Awb. Er is volgens eiseres geen sprake van het uitlokken van fouten of onnodig doorprocederen. Eiseres betoogt verder dat de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat er sprake is van discriminatie. Eiseres is van mening dat de extra wegingsfactor de toegang tot de rechter beperkt en dat de beleidsruimte van de wetgever niet zo ver strekt.
“2. In geval van een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (…) wordt, voor zover die kosten betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in het kader van het beroep, hoger beroep of beroep in cassatie bij de bestuursrechter betreffende een besluit genomen op grond van het gestelde bij of krachtens deze wet of titel IV, hoofdstuk XV, paragraaf 2, van de Gemeentewet of een daarmee verband houdend besluit, het bedrag dat strekt tot de vergoeding van die kosten vermenigvuldigd met:
Beslissing
- verklaart het beroep in verband met het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 114, en
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 53 aan eiseres te vergoeden.