Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
“heeft mijn werknemer genoeg gedaan om weer aan het werk te gaan?”[verzoeker] is bij brief van 16 januari 2025 van deze aanvraag op de hoogte gesteld. Deka vraagt [verzoeker] in deze brief dringend om mee te werken aan het deskundigenoordeel en bereikbaar te zijn voor het UWV. Op het moment van de mondelinge behandeling in deze zaak was er door het UWV nog geen uitspraak gedaan op het aangevraagde oordeel.
‘vanuit eigen kracht contact kan gaan maken met de buitenwereld’als de hulpverlening is opgestart. Tot die tijd is het aan Deka om het
‘net even anders aan te pakken’, aldus de broer. Bij e-mail van 12 mei 2025 herhaalt de broer het verzoek de afspraak te verzetten, ditmaal omdat er, kort gezegd, twijfels zijn ontstaan over
‘de zorgvuldigheid waarmee door derden binnen het arbotraject met privacygevoelige informatie wordt omgegaan’.
- Het herhaaldelijk niet verschijnen op afspraken bij de bedrijfsarts, zowel fysiek als telefonisch;
- Het herhaaldelijk niet verschijnen op afspraken met jouw werkgever, zowel fysiek als telefonisch;
- Het structureel niet reageren op schriftelijke en telefonische oproepen en verzoeken om contact, waarmee je voor ons én de arbodienst al maanden volledig onbereikbaar bent;
- Het niet meewerken aan het opstellen en uitvoeren van het plan van aanpak als bedoeld in de Wet Verbetering Poortwachter;
- Het zonder geldige reden achterwege laten van overleg over uw belastbaarheid en re-integratiemogelijkheden;
- Het weigeren om jouw medische gegevens te delen met de bedrijfsarts;
- Dat je in strijd met jouw verplichtingen als werknemer niet hebt doorgegeven dat je niet langer verblijft op het bij ons bekende woonadres.
“Mocht uw client alsnog aantonen dat de oorzaak wel gelegen was in medische belemmeringen, dan zou dat ertoe kunnen leiden dat cliënte haar standpunt herziet.”
4.Het verzoek
meest subsidiair
5.Voorwaardelijk tegenverzoek
6.De beoordeling van het verzoek
‘genoeg heeft gedaan om weer aan het werk te gaan’. Het UWV heeft, zoals ook bij het tegenverzoek aan de orde zal komen, nog niet beslist op het oordeel (7.4). Op voorhand valt, gezien de reeds aan [verzoeker] opgelegde loonstop en de hiervoor beschreven omstandigheden, niet in te zien waarom van Deka niet kon worden gevergd om in elk geval de uitkomst van het aangevraagde deskundigenoordeel af te wachten.
“op geen enkele manier meewerkt aan zijn re-integratie”(3.7). Deka vindt dat zij de loonstop terecht heeft doorgevoerd, zodat het verzoek van [verzoeker] tot (door)betaling van het (achterstallig) loon moet worden afgewezen.