Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering en de tegenvordering
4.De beoordeling
€ 132,00(1/2 salarispunt plus de verhoging
€ 102,00(1/2 salarispunt plus de verhoging
Rechtbank Noord-Holland
De huurder huurde sinds 2010 een woning van de woningstichting Het Grootslag en zat sinds 2019 gedetineerd. Bij vonnis in kort geding is hij veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen twee weken na betekening. De woning is op 28 april 2020 ontruimd door een deurwaarder, waarbij goederen van de huurder zijn verwijderd en deels vernietigd.
De huurder stelde dat de ontruiming onzorgvuldig was en eiste schadevergoeding en terugbetaling van ontruimingskosten. De woningstichting vorderde betaling van huurachterstand en herstelkosten. De kantonrechter oordeelde dat de huurder voldoende tijd had om de woning te ontruimen en dat de woningstichting niet onzorgvuldig had gehandeld, mede vanwege het ontbreken van bewijs van waardevolle goederen. De vorderingen van de huurder werden afgewezen.
De kantonrechter stelde vast dat het ontruimingsvonnis een executoriale titel is voor ontruimingskosten en dat een betalingsregeling met de gemachtigde van de huurder was getroffen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en herstelkosten, maar de boete- en incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden werden vernietigd als oneerlijk. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering huurder afgewezen; huurder veroordeeld tot betaling huurachterstand, herstelkosten en proceskosten aan woningstichting.