Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
4 november 2024 in de zaak tegen:
[adres 1] ,
mr. M.M. van den Berg en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw mr. C. Ihataren, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.
1.Tenlastelegging
Feit 2Primair
Subsidiairop of omstreeks 19 februari 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en al dan niet met voorbedachten rade) aan [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer schotwond(en) in een arm, heeft/hebben toegebracht door opzettelijk (en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg) eenmaal of meermalen met een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/naar/in de richting van die [slachtoffer 2] te schieten.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Aantreffen van patroonhulzenOp de Fizeaustraat – op ongeveer 32 meter van het lichaam van [slachtoffer 1] – trof de politie drie patroonhulzen aan. Eén huls lag op de rijbaan ter hoogte van [huisnummer 1] , een tweede huls lag op de rijbaan ter hoogte van een boom naast twee vuilcontainers (schuin tegenover [huisnummer 1] ) en een derde huls lag in het zand rondom deze boom. De hulzen lagen ongeveer acht meter uit elkaar en waren alle drie voorzien van de bodemstempel “S&B 9 mm Br. C.”.
Tussenconclusie ten aanzien van het overlijden van [slachtoffer 1]De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat [slachtoffer 1] in zijn woning aan de [adres 3] in Amsterdam bloedende letsels heeft opgelopen, alvorens hij zijn woning heeft verlaten en buiten op de Fizeaustraat van voren is beschoten met een vuurwapen. [slachtoffer 1] is hierbij door één kogel getroffen in de borst, als gevolg waarvan hij is overleden.
Camerabeelden rondom de plaats delictDe politie heeft verschillende camerabeelden veiliggesteld en beschreven. Op de camerabeelden is te zien dat op 19 februari 2022 om 18:58 uur en om 19:49 uur een Seat Leon vanaf de Von Liebigweg de Fizeaustraat inrijdt en vervolgens in de richting van de Hugo de Vrieslaan wegrijdt. De rechtbank begrijpt de beschrijving van de beelden zo dat dit voertuig – kort voorafgaand aan het schietincident – tweemaal langs de woning van [slachtoffer 1] is gereden.
Om 20:27:36 uur is te zien dat de witte bestelauto van [naam 1] – die geparkeerd staat ter hoogte van de woning van [slachtoffer 1] – wordt gestart en wegrijdt.
Om 20:34:12 uur is te zien dat er licht aangaat in een kamer op de eerste verdieping van de woning aan de [adres 6] .
Om 20:35:18 uur is te zien dat één persoon via de achterzijde van de woning van [slachtoffer 1] rent in de richting van de geparkeerde Seat Leon. Op hetzelfde moment komt één persoon in lichtere kleding vanuit de richting van de voorzijde van de woning.
Om 20:35:21 uur is te zien dat één persoon de rijbaan van de Fizeaustraat over rent in de richting van de Zwaardemakerstraat .
Om 20:37:09 uur is te zien dat [slachtoffer 2] komt aanrennen bij de snackbar “ [snackbar] ”.
Om 20:38:25 uur is te zien dat een Seat Leon over de Rusthofstraat rijdt in de richting van de Hugo de Vrieslaan .
Om 20:38:37 uur is te zien dat een Seat Leon de Hugo de Vrieslaan oprijdt, vervolgens het Julianaplein inrijdt en wegrijdt in de richting van het Prins Bernhardplein .
Tussenconclusie ten aanzien van de gebeurtenissen op de plaats delictUit het voorgaande concludeert de rechtbank dat drie mannen met een Seat Leon naar de plaats delict zijn gekomen en vervolgens de woning van [slachtoffer 1] hebben betreden. In de woning is direct een gewelddadige confrontatie ontstaan, waarbij één van de drie mannen een vuurwapen heeft gehanteerd. Bij deze confrontatie heeft [slachtoffer 1] diverse letsels aan zijn hoofd en ledematen opgelopen. Na het verlaten van de woning heeft de schutter eerst [slachtoffer 1] neergeschoten en vervolgens op (de wegrennende) [slachtoffer 2] geschoten.
19 februari 2022 tussen 00:03 uur en 18:03 uur gebruik heeft gemaakt van verschillende zendmasten in [woonplaats] , de woonplaats van de verdachte. Van 18:39:09 uur tot 18:45:20 uur heeft het telefoonnummer contact gemaakt met een zendmast op het Prins Bernhardplein 200 in Amsterdam en om 19:32:59 uur met een zendmast op de Spaklerweg 4, eveneens in Amsterdam. Beide zendmastlocaties zijn naar voren gekomen in de netwerkmeting uitgevoerd op de plaats delict, de [adres 3] . Tussen 19:32 uur en 21:47 uur heeft het telefoonnummer geen verbindingen geregistreerd. Bij de eerstvolgende registratie om 21:47 uur heeft het telefoonnummer weer gebruik gemaakt van een zendmast in [woonplaats] .
Seat Leon met kenteken [kenteken]Uit ANPR-gegevens blijkt dat het kenteken [kenteken] op 19 februari 2022 om 18:32:38 uur de ANPR-camera op de Middenweg in Amsterdam passeert en om 20:40:09 uur de ANPR-camera op de Gooiseweg in Amsterdam. Het kenteken is van een zwartkleurige Seat Leon en staat op naam van [naam 3] , een vriendin van de verdachte.
VluchtautoDe politie heeft de gehele binnenzijde van de Seat Leon met het kenteken [kenteken] onderzocht op de aanwezigheid van bloedsporen. Op de rugleuning van de linker voorstoel en aan de binnenzijde van het linker achterportier ter hoogte van de deurgreep zijn drie positieve reacties verkregen op de mogelijke aanwezigheid van bloedsporen.
Om 21:14:16 uur is te zien dat de verdachte de portiekflat verlaat. Op dat moment is de verdachte geheel in het zwart gekleed (jas, trui met capuchon, broek en schoenen).
Om 22:07:49 uur keert de verdachte terug bij de woning van [naam 4] .
Om 00:24:48 uur is te zien dat de verdachte komt aanlopen. Op dat moment draagt de verdachte zichtbaar andere kleding dan eerder op de avond.
19 februari 2022 bij [naam 2] in de Seat Leon heeft achtergelaten, niet strookt met het onderzoek naar de diverse telecomgegevens. De rechtbank wijst daarbij in het bijzonder op de drie telefonische oproepen om 18:39:09 uur, 18:43:55 uur en 18:44:30 uur van het telefoonnummer van de verdachte ( [telefoonnummer 1] ) naar het telefoonnummer van [naam 2] . Niet valt in te zien waarom dit telefoonnummer in gebruik bij de verdachte contact zou opnemen met het telefoonnummer in gebruik bij [naam 2] als deze telefoons beide in de Seat Leon lagen, waar [naam 2] op dat moment in zou zitten. Dat zou namelijk betekenen dat [naam 2] met het nummer van de verdachte naar zijn eigen nummer zou hebben gebeld. De rechtbank acht dit hoogst onwaarschijnlijk. Daar komt bovendien nog bij dat genoemd telefoonnummer van de verdachte en het telefoonnummer van [naam 2] op die momenten contact maken met verschillende zendmasten (in Amsterdam en Diemen).
19 februari 2022 in de woning van [slachtoffer 1] zijn geweest. De verdachte was daar samen met [naam 2] en een onbekende derde man. De rechtbank kan op basis van de onderzoeksresultaten niet vaststellen wie van hen de schutter is geweest.
19 februari 2022 op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft geschoten, zal de rechtbank moeten beoordelen of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is geweest van het medeplegen van (een poging tot) doodslag. Voor de kwalificatie van medeplegen is vereist dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een of meer anderen ter verwezenlijking van het grondfeit, in dit geval (een poging tot) doodslag.
zeer indicatiefzijn voor een scenario waarin de verdachte schuldig is aan het aan hem ten laste gelegde feit, maar tegelijkertijd op basis van deze bewijsmiddelen alternatieve scenario’s waarin de verdachte onschuldig is of hem een minder ernstig verwijt kan worden gemaakt (bijvoorbeeld medeplichtigheid in plaats van medeplegen) niet kunnen worden uitgesloten, van de verdachte mag worden gevergd dat hij een aannemelijke verklaring aflegt over de – in het licht van het tenlastegelegde – relevante belastende omstandigheden. Doet hij dit niet, dan mag de rechter uitgaan van het voor de verdachte belastende scenario. Het uitblijven van de verklaring draagt in zo’n geval dus niet bij aan het bewijs, maar kan wel een rol spelen bij de (belastende dan wel ontlastende) interpretatie van de bewijsmiddelen en daarmee doorslaggevend zijn voor het oordeel om tot een bewezenverklaring te komen. [5]
zeer indicatiefvoor het scenario dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten. Het lag derhalve naar het oordeel van de rechtbank op de weg van de verdachte om uit te leggen wáárom zijn rol bij de feiten anders zou zijn. Alleen de verdachte kan duidelijkheid verschaffen over wat zijn handelen te betekenen had; hij was er immers bij. Nu een dergelijke verklaring is uitgebleven en er ook geen contra-indicaties inzake het aannemen van medeplegen zijn aan te wijzen, bestaat voor de rechtbank geen enkele aanleiding iets anders te veronderstellen. De rechtbank concludeert dan ook dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen de (poging tot) doodslag heeft gepleegd.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
ex-partner en de dochter van [slachtoffer 1] hebben ter terechtzitting op invoelbare wijze verwoord wat het verlies van hun dierbare voor hen betekent. Ook heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 2] . Deze schokkende gebeurtenis moet ook voor hem zeer beangstigend zijn geweest.
1 juni 2022, de datum waarop de verdachte in verzekering is gesteld. De rechtbank zou volgens de oorspronkelijke planning op 19 augustus 2024 het onderzoek ter terechtzitting sluiten en op 2 september 2024 vonnis wijzen. De termijn van 22 maanden, gerekend vanaf
1 juni 2022, eindigt op 1 april 2024. Dat uiteindelijk op 18 november 2024 vonnis wordt gewezen, valt – gelet op het getuigenverzoek dat de verdediging op de zitting van
19 augustus 2024 heeft gedaan – in redelijkheid toe te rekenen aan de verdediging.
7.Beslissing omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
8.Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
b) kosten voor de aanschaf van vliegtickets € 1.321,00.
Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat nader onderzoek is vereist en behandeling van de vordering daardoor een onevenredige belasting oplevert van het strafgeding.
Het toegewezen bedrag van € 1.321,00 zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2022, de datum waarop het geldbedrag is afgeschreven van de bankrekening van de benadeelde partij. Een en ander tot aan de dag der algehele voldoening.
i) affectieschade € 20.000,00
Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat op diverse punten nader onderzoek is vereist en behandeling van de vordering daardoor een onevenredige belasting oplevert van het strafgeding.
de wijze van confrontatiegeeft aldus geen duidelijke indicatie voor het aannemen van onrechtmatigheid. De rechtbank is voorts – alle gezichtspunten in onderlinge samenhang beschouwd – van oordeel dat de omstandigheden van deze zaak onvoldoende zwaarwegend zijn om onrechtmatigheid jegens de benadeelde partij aan te nemen. De rechtbank komt daarom niet tot toewijzing van de gevorderde (materiële en immateriële) schokschade. De vordering zal in zoverre worden afgewezen.
zelfis getroffen door de onrechtmatige daad.
zelf(rechtstreeks) getroffen is door de onrechtmatige daad, maar een nabestaande is van het overleden slachtoffer. De aanspraak op schadevergoeding door nabestaanden van de overledene (derden) is beperkt tot de in artikel 6:108, eerste tot en met vierde lid, BW genoemde schadeposten, te weten: gederfd levensonderhoud (eerste lid), kosten van lijkbezorging (tweede lid) en affectieschade (derde en vierde lid). Andere schade die het gevolg is van de onrechtmatige daad jegens de overledene komt – gelet op het limitatieve en exclusieve karakter van (in dit geval) artikel 6:108 BW Pro – niet voor vergoeding in aanmerking. Het wettelijk stelsel staat volgens de rechtspraak van de Hoge Raad slechts toe dat op grond van artikel 6:162 BW Pro, als aan de daartoe gestelde vereisten is voldaan, vergoeding wordt gevorderd van schade die het gevolg is van waarneming van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust of directe confrontatie met de ernstige gevolgen daarvan (de eerdergenoemde schokschade). [7]
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
14 (veertien) jaren en 9 (negen) maanden.
€ 10.621,91(zegge: tienduizend zeshonderd eenentwintig euro en eenennegentig eurocent), bestaande uit vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over:
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van het slachtoffer
[benadeelde 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 10.621,91(zegge: tienduizend zeshonderd eenentwintig euro en eenennegentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 88 (achtentachtig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over:
€ 20.000,00(zegge: twintigduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van het slachtoffer
[benadeelde 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 20.000,00(zegge: twintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 135 (honderdvijfendertig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum