Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1501

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
2 november 2023
Zaaknummer
22/04857
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen brandstichting in jeugdzaak

In deze jeugdzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van brandstichting in een woning die toebehoorde aan een medeverdachte. De rechtbank sprak verdachte vrij, maar het hof oordeelde anders en verklaarde hem schuldig op basis van de uiterlijke verschijningsvorm van gedragingen en het ontbreken van een ontzenuwende verklaring.

Het cassatieberoep richtte zich tegen de bewezenverklaring van medeplegen brandstichting, waarbij werd betoogd dat deze niet uit de bewijsvoering kon worden afgeleid. De Hoge Raad volgt het hof en de advocaat-generaal in hun oordeel dat het middel niet tot cassatie leidt.

De Hoge Raad benadrukt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het opzet van verdachte op het gezamenlijk plegen van brandstichting blijkt uit de gedragingen en dat medeplegen bestaat uit gezamenlijke uitvoering. Het feit dat niet is vastgesteld of verdachte zelf brandstichtende handelingen in de woning verrichtte, doet hieraan niet af.

Het arrest bevestigt de reikwijdte van het begrip medeplegen en de wijze waarop bewijs daarvan kan worden vastgesteld in strafzaken, met name in jeugdstrafsituaties. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest dat verdachte schuldig acht aan medeplegen brandstichting blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04857 J
Datum7 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 december 2022, nummer 20-002155-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.B.E. van Kan, advocaat te Heerlen, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring ten aanzien van het medeplegen van – kort gezegd – opzettelijke brandstichting niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 november 2023.