Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoekster]
ECC-Bimas N.V.
1.Het procesverloop
2.De feiten
The contract is ok now.”
3.Het verzoek
Het verweer
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek van [verzoekster] tot verlenging van de ontruimingstermijn van gehuurde bedrijfsruimte die zij huurt van Bimas. De huurovereenkomst liep tot 31 mei 2024, maar Bimas had de overeenkomst opgezegd per 1 juli 2022. [verzoekster] diende haar verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn pas op 23 december 2022 in, terwijl de wet een vervaltermijn van twee maanden hanteert voor het indienen van een dergelijk verzoek.
De kantonrechter overwoog dat hoewel de vervaltermijn in principe niet kan worden verlengd, onder bijzondere omstandigheden een beroep op die termijn onaanvaardbaar kan zijn. In kort geding was eerder geoordeeld dat [verzoekster] mogelijk niet wist dat sprake was van een huurovereenkomst in de zin van artikel 7:230a BW, maar in deze procedure is vastgesteld dat zij dat wel wist of behoorde te weten.
De kantonrechter stelde vast dat [verzoekster] onvoldoende heeft toegelicht waarom het beroep op de vervaltermijn onaanvaardbaar zou zijn en dat zij niet ontvankelijk is in haar verzoek. Zij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn wordt daarmee afgewezen.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn wegens overschrijding van de vervaltermijn.