ECLI:NL:RBNHO:2023:2875
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing tijdelijke-verhuurregeling en scholingsuitgaven bij verhuur gastenverblijf via Airbnb
Eiser heeft zijn woning uitgebreid met een aanbouw waarin een gastenverblijf is gevestigd dat via Airbnb wordt verhuurd. De kern van het geschil betreft de toepassing van de tijdelijke-verhuurregeling op de inkomsten uit deze verhuur en de aftrekbaarheid van scholingsuitgaven voor trainingen in actief beleggen.
De rechtbank stelt vast dat het gastenverblijf bouwkundig en kadastraal onderdeel uitmaakt van de eigen woning en als aanhorigheid wordt aangemerkt. Hoewel eiser het gastenverblijf zelf niet gebruikt, staat het hem anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking, omdat hij het naar eigen inzicht kan gebruiken of verhuren. De verhuurperiodes zijn kort, maar het verblijf is permanent beschikbaar voor verhuur, waardoor sprake is van tijdelijke terbeschikkingstelling. De tijdelijke-verhuurregeling is daarom van toepassing en de inkomsten zijn terecht in de aanslag betrokken.
Ten aanzien van de scholingsuitgaven concludeert de rechtbank dat eiser niet heeft aangetoond dat zijn activiteiten deel uitmaken van een samenhangend leertraject onder toezicht van een derde. De door eiser gevolgde trainingen zijn onvoldoende gestructureerd en niet geaccrediteerd als opleiding in de zin van de wet. Hierdoor bestaat geen recht op aftrek van deze scholingsuitgaven.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag naar aanleiding van aftrekbare verhuurkosten, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van de vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De tijdelijke-verhuurregeling is van toepassing op het gastenverblijf en de aanslag wordt verminderd; aftrek van scholingsuitgaven wordt afgewezen.